Nawoord

Willem Putman, 1927-09-21


Source

Willem Putman, Tooneel-groei (1921-1926): Indrukken over het na-oorlogsch tooneel-herleven in ons land. Brugge: Excelsior, 1927, pp. 437-442.


Items that may be related to this text • More...

  1. ◼◼◻◻◻ Rob: De creatie van "Jeza... 1927-02-25
  2. ◼◼◻◻◻ Lode Monteyne: Ward Schouteden: "Je... 1927-01-09
  3. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: Anton Van de Velde :... 1926-02-09
  4. ◼◼◻◻◻ Lode Monteyne: Cyriel Verschaeve: T... 1928
  5. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Felix Timmermans en ... 1925-09-27

NAWOORD.

Dit boek moest verschijnen in den herfst van het jaar 1926. Wegens allerlei omstandigheden is dat verschijnen een jaar vertraagd geworden. En zoo gebeurt het dat, in den herfst van het jaar 1927, een beknopt nawoord zich in zekeren zin opdringt. We zijn namelijk weeral een jaar wijzer geworden, en het past dat we, in vogelvlucht, even het seizoen 1926-27 overschouwen, alvorens dit boek te sluiten.

In dit jaar zijn ons feitelijk geen nieuwe talenten veropenbaard. Geen bommen zijn ontploft als waren de stukken van Teirlinck en "Tijl" van Van de Velde, en als wij evenwel merkwaardige tooneel-gebeurtenissen mogen boeken, dan zijn het vooral zulke gebeurtenissen welke hun waarde het meest danken aan de ophefmakende mise-en-scène ("Lucifer" en "Sint Franciscus" door het "Volkstooneel", "David" door de "Katholieke Gilde", Sint-Niklaas enz.)

De Vlaamsche schouwburg te Brussel bood ons benevens een vrij onbeduidend gelegenheidsstukje van Herman Teirlinck, "De Lamme en de Blinde", een nieuw stuk van den jongen Limburger Ward Schouteden, "Jezabel". Deze bijbelsche titel brenge u niet op een dwaalspoor, lezer. Deze Jezabel is niets anders dan een Vlaamsche pastoorsmeid. Maar welke pastoorsmeid !

Zij cumuleert in het dorp Hoxelaer volgende ambten; zij is schepen van openbare werken, voorzitster van de Begga-vereeniging, eerevoorzitster van den bond der kroostrijke gezinnen, en zoo verder. Zij is een soort vrouwelijke Mussolini, die het heele dorp tyraniseert. Natuurlijk brengt het stuk ons den opstand. Een jongentje, Pierewit genaamd, sluipt 's nachts in haar kamer en snijdt h'r haar af. Pierewit heeft namelijk de historie van Samson gelezen. En de methode schijnt andermaal te lukken. Jezabel vlucht beschaamd weg (welke houding nogal paradoxaal lijkt in een tijd dat de vrouwen precies met korte haren een soort mannelijkheid willen veroveren) en het heele dorp kraait victorie! Pierewitje wordt tot koning gekroond en het schijnt of de lucht rond Hoxelaer gezuiverd is. De mannen voelen zich opnieuw van het geslacht der reuzen. De vrouwen vlechten rozen van papier. Geheel de gemeente danst -- en in de kerk speelt het orgel plechtig een danklied.

Maar... als Jezabel weerkomt, deinst iedereen terug voor hare simpele verschijning. Zij ziet er uit, zegt de auteur, als een bourgeoisachtige Jeanne d'Arc. Vóór haar toornigen blik zakt het heele dorp op de knieën. Algauw is de jonge koning verloochend en verbannen. Weer als te voren drijft Jezabel de kudde vóór zich uit. De kudde biedt geen weerstand.

Het zou verkeerd zijn de symbolische waarden en den dieperen zin van dit werk al te zeer te onderlijnen. Want dat zou ons brengen voor allerhande tekortkomingen. Dit stuk is technisch zwak gebouwd. Van de vier bedrijven is er gewoon een te veel. We voelen voortdurend dat de jonge auteur alles behalve bedreven is in zijn vak. Feitelijk is dit een eerste proeve, maar ontegensprekelijk zijn hier genoeg kwaliteiten voorhanden, om van Ward Schouteden het beste te verhopen. Wat zijn werk vooral sympathiek maakt is de felle kleur waarmede het overstreken is. Wij denken daarbij aan schilderwerk van Laermans en Saverys. Dit heimat-genre is den Vlamingen altijd sympathiek geweest. Ook verwierf "Jezabel", bij de première een hartelijk succes.

Het "Volkstooneel" bood ons ook Vlaamsch werk, en dan nog wel Vlaamsch werk van een zeer groote verscheidenheid. Eerst "Nuances", een spel van den oorlog, door Paul de Mont. Stuk na stuk gooide deze begaafde oorlogs-invalied op de markt, zoo snel zelfs dat menig werk nogal lang op een vertolking wachtte. Zoo was het geval met "Nuances" dat eerst werd opgevoerd een vijftal jaren nadat het geschreven was. Dat was jammer. Ongetwijfeld zou het stuk in de eerste jaren na den wapenstilstand een meer brandende actualiteit gehad hebben. Het behandelt namelijk het valsche patriotisme en het oorlogs-dilettantisme, waarover de auteur een vloed van bittere geestigheden ten beste heeft. Wij begrijpen best den wrangen toon van dit werk, als wij weten dat Paul de Mont in den wereldoorlog zijn twee beenen verloor. Hij is een van de velen, die geestdriftig plaats namen in de rangen der oorlogsvrijwilligers, en dan ontgoocheld terugkwamen uit de helsche slachting, vindend een vrijgevochten vaderland, dat in geenen deele beantwoordde aan het zoete droombeeld, waarvoor zij vijf jaar lang streden in de bloedgrachten. In "Nuances" wordt ons een prins voorgesteld, die naar den oorlog is getrokken als naar een of andere sportieve aantrekkelijkheid. Hij wordt echter gewond, en leert in zijn doodstrijd de ware levenswaarden kennen. De veruiterlijking van dezen doodstrijd is hoofdzaak in dit spel en vult het heele centrale bedrijf. Johan De Meester jr. maakte er een hallucineerend spektakel van. Wat jammer dat op dit fel bewogen midden-bedrijf een inzinking volgt, die de waarde van het heele stuk ondermijnt. Wij zien daar hoe de genezen prins zich verlooft met de miljonairsdochter Gloria, die ook aan dit ziekbed het frivole van haar lichtzinnige dilettantisme en geflirt heeft geleerd in te zien. De rest van het bedrijf is echter al te zeer gevuld met hors-d'oeuvres, waarover ik niet langer heb uit te weiden, want met het stuk hebben ze om zoo te zeggen niets te maken.

Op "Nuances" volgden "de Beeldekens van Sint-Franciscus" van Michel de Ghelderode -- maar in dit stuk krijgt de enscèneering zulk belang, dat we moeilijk tekst van interpretatie kunnen afscheiden. Ik spreek er straks over.

Anders is het met "Leontientje", het stuk van Timmermans en Veterman, waarmede het "Volkstooneel" zijn seizoen heeft afgesloten. Men heeft zich afgevraagd hoe dit suikerzoete stukje dat op menige plaats grenst aan het melodrama, terecht is gekomen op het repertorium van Johan De Meester's vooruitstrevend gezelschap. Ook was deze vertooning een compromis in den slechtsten zin van het woord. "Leontientje" behoort tot een zeker stemmingsgenre, waarvoor Johan De Meester niets, maar heelemaal niets schijnt te voelen. Hij heeft getracht de felle kleur er van te onderlijnen, en zette het stukje in een krans van purperen druiventrossen en zonbeglansde wijngaardranken. Daarin slaagden uitstekend sommige frissche tableaukens; andere echter, o. m. de sterf-scène van het slot, werden jammerlijke mislukkingen. In deze mise-en-scène zagen we trouwens zoo duidelijk mogelijk den zwakken bouw van dit stuk, en de vele onbeholpenheden, benevens de versleten truc's, waarlangs "Leontientje" gaat gelijken aan de vele "Orgeldraaisters", die wij destijds met zooveel gloed van onze planken hebben weggejaagd. Zullen zij nu langs een achterpoortje weer binnensluipen ?

Een ander bezwaar dat tegen "Leontientje" moet geopperd is dat het "offer" van het meisje in deze tooneel-bewerking geen oogenblik tot uiting komt. Ziehier een doodgewoon verliefd meisje, die aan het geloof van Isidoor alleen maar zooveel belang hecht als dat geloof een hinderpaal is voor een huwelijk met hem. Wij hebben den indruk dat zij, was daar niet de tegenstand van haar heeroom en vader, onmiddellijk met haar geus trouwen zou. Daar is niets in dit stuk om ons van het tegenovergestelde te overtuigen. Als ze zegt dat ze hem niet huwen zal, schijnt dat gedwongen onderwerping. Zij gaat dood omdat ze Isidoor niet krijgen kan. Dit wegkwijnen van haar bij de halsstarrige weigering van haar heeroom en vader, maakt haar tot een slachtoffer. Zij offert niet. Zij wordt geofferd -- en dat is het bovendien wat haar sympathiek maakt voor de massa. Men ziet in haar een zusje van de vele onschuldig lijdende meisjes, om wier lot steeds alles fabrieksmeisjes en kindermeiden hebben geschreid.

Nog kregen we dit seizoen een nieuw stuk van den populairen Gaston Martens. In zijn nieuw stuk "De Gierigaard" vervolgt Martens zijn pogingen om een andere dan de eng-realistische factuur te huldigen. Hij streeft naar stijl in charge. Zijn "gierigaard" is een groteske vrek, die gierig is tot in het absurde. En hij staat in een krans van menschen die volgens een zelfden patroon zijn gesneden, alle gechargeerde verpersoonlijkingen van tot het uiterste gedreven hartstochten. Bij deze metamorphose schiet Martens gedeeltelijk zijn knapheid in. Zijn "gierigaard" is niet meegevallen. Het stuk werd trouwens "verkeerd" opgevoerd. Maar we mogen verwachten dat meerdere pogingen in dezen zin volgen zullen. Eens dat Martens op dit nieuwe terrein vasten grond vindt, zal hij er voorzeker ook kloeke stukken bouwen. Want hij is technisch heel knap.

Neen -- de glanspunten van het seizoen 1926-27 moeten wij niet zoeken in de nieuwe stukken, maar in een paar ongemeen belangrijke vertolkingen, waarvan ik er, om te sluiten twee noem : "Lucifer" en "De beeldekens van Sint Fransiscus", geënsceneerd door Johan De Meester, jr.

"Lucifer" werd te Parijs vertolkt en behaalde er een verrassenden bijval. Men heeft de prestatie ginder méér geapprecieerd dan hier -- omdat daar minder bestond dan hier de kloof tusschen den tekst en de vertolking. Het is terwille van deze kloof dat mijn persoonlijke voorkeur gaat naar de opvoering van de "Franciscus-beeldekens". Hier was meer eenheid. Hier beheerschte een schoone harmonie het gansche spel. Deswegen kan op eene vertooning als van deze "Beeldekens" nog bezwaarlijk het etiket "experiment" gedrukt. Dit was een mooie moderne vertolking van St Franciscus' leven, door moderne oogen gezien en voor moderne oogen uitgebeeld, niet een stil-religieus document uit vroegere tijden met piëteit gerestaureerd en ons getoond als een soort curiosum (bijv. "Guibour" van Yvette Guilbert); hier wordt ons niet een reeks "sanctjes" van St Franciscus getoond, waarnaar wij met religieuze aandacht kunnen opkijken (zoo deed Ghéon) -- hier wordt de heilige Franciscus naar ons toegerukt, te midden van ons geplaatst als een twintigste eeuwsche idealist, in een omgeving die onze wereld is, onze wereld van geraas en geweld, van locomotieven en dancing's, onze wereld van overgeprikkelde zenuwen, onze wereld van burgerlijke lafheid, wuft zinnengenot en verdacht patriotisme.

In deze wereld rijst dan het bleeke gelaat van den subliemen dwaas als een stralend oorbeeld. En al degenen onder ons, die nog bewaard hebben in hun ziel een hartstochtelijk verlangen naar een betere menschheid, vonden in dit spektakel een diepe bevrediging, die de mensch slechts kent bij het aanschouwen van verheven kunstwerk, of bij het neerknielen in de gewijde atmosfeer van stille kerken.

Het zijn zulke prestatie's, die ons het duidelijke gevoel geven dat ons tooneel den berg opgaat. De weg is moeilijk, en we komen eigenlijk uit een vallei, die zeker niet van alle sieraad was beroofd, maar die in elk geval tamelijk diep is. Lode Monteyne heeft zijn mooie geschiedenis van ons tooneel gesloten met dezen zin : "De hoogten wenken!"

Naar deze wenkende hoogten gaat de tocht.

WILLEM PUTMAN.


Items that may be related to this text

  1. ◼◼◻◻◻ Rob: De creatie van "Jeza... 1927-02-25
    Jezabel • Anton Van de Velde • jezabel • ward schouteden • Felix Timmermans • Tijl • Ward Schouteden • (date-year) 1927
  2. ◼◼◻◻◻ Lode Monteyne: Ward Schouteden: "Je... 1927-01-09
    Willem Putman • Edward Veterman • Anton Van de Velde • jezabel • ward schouteden • Felix Timmermans • Tijl • Jezabel • Ward Schouteden • (date-year) 1927
  3. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: Anton Van de Velde :... 1926-02-09
    Anton Van de Velde • Paul de Mont • Jezabel • Nuances • Vlaamsch Volkstooneel • Tijl • Johan De Meester jr. • meester jr • Herman Teirlinck • Ward Schouteden • (author) Willem Putman
  4. ◼◼◻◻◻ Lode Monteyne: Cyriel Verschaeve: T... 1928
    Anton Van de Velde • Edward Veterman • Willem Putman • Michel De Ghelderode • Felix Timmermans • Henri Ghéon • Images de la vie de saint François d'Assise
  5. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Felix Timmermans en ... 1925-09-27
    Edward Veterman • Felix Timmermans • Vlaamsch Volkstooneel • Johan De Meester jr. • meester jr • Gaston Martens • (author) Willem Putman
  6. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Michel De Ghelderode... 1925-12-20
    Henri Ghéon • Michel De Ghelderode • Vlaamsch Volkstooneel • Johan De Meester jr. • meester jr • Gaston Martens • (author) Willem Putman
  7. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Johan De Meester jr... 1929-07-07
    Anton Van de Velde • meester jr • Henri Ghéon • Vlaamsch Volkstooneel • Koninklijke Vlaamsche Schouwburg, Brussel • Johan De Meester jr. • johan • Herman Teirlinck • (author) Willem Putman
  8. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: De Lucifer van Johan... 1937
    Vlaamsch Volkstooneel • meester jr • Lucifer • Tijl • Johan De Meester jr. • johan • (author) Willem Putman
  9. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Herman Teirlinck: "A... 1938-11
    Michel De Ghelderode • Vlaamsch Volkstooneel • Koninklijke Vlaamsche Schouwburg, Brussel • Johan De Meester jr. • Herman Teirlinck • (author) Willem Putman
  10. ◼◻◻◻◻ Jan Boon: Argument bij Barraba... 1931-10-01
    Anton Van de Velde • Michel De Ghelderode • Vlaamsch Volkstooneel • Johan De Meester jr. • meester jr • wereld