R. Brulez over "Sheherazade"

Victor J. Brunclair, 1933-12-09


Source

Het Tooneel, 1933-12-09 pp. 10


Items that may be related to this text • More...

  1. ◼◼◻◻◻ Victor J. Brunclair: Ned. Schouwburg. "Ma... 1933-12-16
  2. ◼◼◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S. "Juffrouw Ker... 1933-12-02
  3. ◼◼◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S.: "De Zaak Dre... 1933-12-09
  4. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: Kon. Nederl. Schouwb... 1933-03
  5. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S. "Hamlet" door... 1933-09-22

Willemsfonds

R. Brulez over "Sheherazade"

Spreker zegt dat het tamelijk perfied is den schrijver uit te noodigen tot een publieke biecht. De schrijver mag zichzelf niet bewierooken, kan alleen enkele beschouwende marginalia bij zijn werk geven. In Amerika zegt men: «Gelieve niet op den pianist te schieten, hij doet wat hij kan ».

Brulez wil in het teeken van deze aanbeveling schrijven. De schrijver begint in zijn puberteitsjaren.

Zoo is ook Brulez begonnen en natuurlijk met verzen. De drijfveeren van den aspirant-dichter wortelen in het inzicht, zich door iets anders dan voetballen of de wederwaardigheden van het politieke forum te onderscheiden. Een schrijver neemt uitwijk van het aktieve naar het contemplatieve leven, naar de helling van den Parnassus.

Welk minderwaardigheidscomplex heeft Brulez bewogen? Ambitie tot iets of iemand? Brulez koesterde in 1910-1913 sterke bewondering voor de Nieuwe Gidsers en de Van Nu en Straksers in een Blankenbergschen kring, zij aan zij met tijdgenooten als W. Vande Voorde.

Het wezen van de literaire inspiratie: de schrijver is in handen van een exoterisch wezen. Brulez zegt: het gegeven van een boek wordt ons veeleer bezorgd door een toeval.

In 1915 ziet Léon Bloy een schilderij van Watteau: l'Indifférent.

Brulez verplaatste dezen Indifférent naar de 20ste eeuw. De page van Watteau moest worden de natuurwandelaar, in de streek van Brulez. André Terval is geen autobiografie. Voor enkele dingen ontleende Brulez stof aan de werkelijkheid, maar zijn verbeelding legde toch het stramien.

« De laatste verzoeking van Antonius » ontstond op verzoek van den heer Cayman, en de commercieele aanleiding werd verwekker van de inspiratie.

« Shéhérazade » ontstond na het bijwonen van een concert, kwam in haar geestelijken dwangarbeid Brulez voor als de schutsheilige van den dichter. De scheppende verbeelding is een Columbusreis: men wil naar Indië en belandt in Amerika.

De afwijkingen van het doel kan aanger name verrassingen bieden.

Brulez wil aan de zeevaart zijn beeldspraak ontleenen : de literaire zending is een avontuurlijk uitzeilen.

De sultan is in « Sheherazade » de hoofdpersoon. De ondertitel «literatuur als losprijs » maakt het verhaal nog niet van het Arabische voorbeeld los. Maar Brulez heeft een kentering aangebracht: in zijn verhaal wordt Sh. de vertrouwelinge van den sultan. Brulez ontleende voor de Fatsoenlijke faun zijn stof aldus: In een tuin plukt een meisje bloemen naast een vogelschrik. Brulez verwoordde een dialoog tusschen een faun en den vogelschrik, naar aanleiding van het meisje. Men heeft Brulez voor geworpen in een van zijn verhalen kritiek te hebben uitgeoefend op het kommunistisch stelsel. Niets is minder waar. Hij wilde alleen betoogen, dat in ieder maatschappelijk stelsel de droom naar Utopia wakker wordt. Het geluk is « het andere ».

De scepticus wordt nergens graag onthaald. Twijfel is de open vlakte naar 1000 mogelijkheden. Zekerheid is een slop. Twijfel om de twijfel is echter niet de levenshouding van Brulez. De waarheid is gesluierd, de scepticus kan haar benaderen... Door twijfel maakt men geen 3de rijk. De man van de daad is gewetenloos. De contemplatieve man is gewetensvol.

Ieder verschijnsel in de natuur is drager van een idee. In « Sheherazade » betoogt Brulez dat alles streeft naar zijn tegengestelde pool.

In alle verhalen van Brulez schuilt onder den humor een pessimistische levenshouding. Brulez heeft nooit een abstract opzet tot verhaal gesponnen. Zijn inspiratie ankert steeds in de waarneembare werkelijkheid. Hij wil niet komen tot een stellingname noch op maatschappelijk ethisch of politiek terrein.

Letterkunde mag nooit een wapen zijn in handen van tendens, zij moet enkel de esthetische uitbeelding van het uitzicht der dingen leveren. De roman is geen rechtbank. De beeldingsfactoren moet objectief blijven. De schrijver speelt bij schaak tegelijk wit en zwart. Hij mag geen stelling nemen in het dualisme der levensstrekkingen. Hoofdzaak is voor den schrijver de letterkunde zonder meer. De stofkeus mag alle gebieden bestrijken, de beeldingswijze moet esthetisch blijven. Geen ethiek mag primeeren, noch politiek. In het titanisch spel der tijdsstroomingen vermag de litteratuur zoo bitter weinig.

Brulez blijft de indifferentist, wijst alle geestesaktivisme af, en neemt vrede met den contemplatieven individualistischen kijkpost over alle dingen en verschijnselen. Zijn leer staat in het teeken van Goethe's litterair testament, waarvan hij citaten voorlegt: "Zum Sehen geboren Zum Schauen gestellt".

Dat is de doelstelling van alle kunst: onder alle verschijnselen de eeuwige schoonheid bloot woelen.

Het wachtwoord van dezen tijd is: Terug naar Goethe! Geen medestrijder zijn, wel waarnemer. De serene wijze van Weimar is een lichtend voorbeeld.

De geestesverhouding van R. Brulez vertoont over de heele lijn onmiskenbaren Franschen invloed en zoekt zeer stellig bij Voltaire en A. France haar komponenten. Zij ligt aan de tegenzijde van de leer, in het teeken van dewelke de Ruimtegeneratie haar aktiviteit omwikkelde, d.i. iedere ars poëtica zou dienstig worden aan een maatschappelijk of ethisch credo, standpunt dat hier in Vlaanderen overwonnen mag heeten, omdat het militante flamingantisme, per slot niet meer zoo spankrachtig op de bezieling onzer kunstenaars inwerkt. Zoodoende wordt de verpolitieking gelukkig voorkomen in kunstuitingen.

Maar alle Sovietkunst bijv. en ook de magikunst vertoont het hybris der esthetisch-politieke vermenging.

R. Brulez blijft maatschappelijk gezien, de quiekst.

Het kan nooit doel der kunst zijn ordenend in te grijpen inzake de vestiging van maatschappelijke of politieke leerstellingen. Brulez belijdt den terugkeer naar l'art pour l'art, niet in den zin dat zij enkel vormenschoon en stijlkultus zou betrachten, maar wel, dat de geestelijke tijdspiegel door haar uitingsmiddelen een zuiver esthetisch wederbeeld zou verlangen.

Deze spreekbeurt, die niet als de vorige een losse improvisatie was, maar als een gedegene essay werd opgevat, kreeg vanwege het zeer aandachtige publiek mild en langdurig dankapplaus.


Items that may be related to this text

  1. ◼◼◻◻◻ Victor J. Brunclair: Ned. Schouwburg. "Ma... 1933-12-16
    (date-month) 1933-12 • (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  2. ◼◼◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S. "Juffrouw Ker... 1933-12-02
    (date-month) 1933-12 • (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  3. ◼◼◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S.: "De Zaak Dre... 1933-12-09
    (date-month) 1933-12 • (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  4. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: Kon. Nederl. Schouwb... 1933-03
    (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  5. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S. "Hamlet" door... 1933-09-22
    (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  6. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: Ned. Schouwburg. "Fa... 1933-11-25
    (author) Victor J. Brunclair • (date-year) 1933
  7. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S.: "Voor Zonson... 1933-03-18
    (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  8. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: K.N.S. "oompje heeft... 1933-04-15
    (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  9. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: Kon. Nederl. Schouwb... 1933-05-26
    (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair
  10. ◼◻◻◻◻ Victor J. Brunclair: Mevr. Esther de Boer... 1933-09-15
    (date-year) 1933 • (author) Victor J. Brunclair