Henri Ghéon : "Duimpje" door de Kindergroep van de Katholieke Tooneelgilde, te Lokeren

Willem Putman, 1925-01-27


Source

Willem Putman, Tooneel-groei (1921-1926): Indrukken over het na-oorlogsch tooneel-herleven in ons land. Brugge: Excelsior, 1927, pp. 381-384.


Items that may be related to this text • More...

  1. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: Philippe Lambert : "... 1925-01-20
  2. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: H. R. Lenormand: "A ... 1925-01-24
  3. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: Gustave Van Zype : "... 1925-10-24
  4. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: J. M. Barrie : "La n... 1925-01-17
  5. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Luigi Pirandello : "... 1925-03-26

Henri Ghéon : "Duimpje" door de Kindergroep van de Katholieke Tooneelgilde, te Lokeren.

Zooals bij het te Gent gecreëerde Sint Bernardusspel, kunnen wij hier andermaal de curieuze vaststelling doen, dat dit jongste werk van Henri Ghéon het eerst wordt vertoond in Nederlandsche vertaling, nog vóór het in het Fransch op de planken kwam. Een zelfde verschijnsel deed zich voor te Leuven, waar ook voor een paar weken een "werkelijke première" werd gegeven van een splinternieuw stuk van Ghéon -- het leven van een of anderen heilige --, zoodat het er ten slotte bijna gaat uitzien, alsof Ghéon een Vlaamsch tooneelschrijver ware, althans voor het Vlaamsche publiek een groote voorliefde heeft : of is het mogelijk, dat hij zijn stukken in Frankrijk niet zoo gemakkelijk gespeeld krijgt als hier ?

Het Vlaamsch publiek mag dit genre goed lijden en zonder twijfel komt deze ietwat overdadige import van Ghéon onze tooneelkunst ten goede, want het tooneel van Ghéon vervangt alhier de meest onsmakelijke patronagekunst, bracht dus ook in die bescheiden tooneelzalen -- zooals ieder dorpje er hier een bezit -- meer echtheid, meer poëzie en een beetje artistieke verfijning.

Duimpje biedt ons heel veel liefs. Daar waren een menigte kinderen in de zaal en te zien, hoe algemeen de gespannen aandacht was van dat jonge volkje voor het gespeelde sprookje, was ons reeds een attest, dat Ghéon bij deze bewerking van het bekende vertelsel, er in geslaagd is een kinderpubliek te boeien en te ontroeren. Hij bereikt dat met de vele beelden, die zijn bewerking biedt en die zijn als zoovele levend geworden printjes ter illustratie van de duimpjes-historie. Ik meen , at de tekst niet past bij deze printjes. Dat is de fout van het stukje. De dialoog heeft m. i. niet den vorm. dien wij bij kinder-tooneel wenschen. Hij is boekerig, wijs, pralerig, zelfs slordig. Het is mij niet mogelijk te bepalen, in hoeverre de vertaler hier schuld aan heeft, daar de origineele tekst mij niet bekend is en -- naar ik meen -- nog niet is verschenen.

Ghéon schreef namelijk deze kindersproke speciaal ten gerieve der Lokersche kindergroep, die alleen meisjes omvat, zoodat in dit stukje alle mannenrollen, ingesloten de Menscheneter, door dames worden vervuld. Het programma leert ons, dat deze travestis van Ghéon opzettelijk als travestis voorzien zijn. Ik begrijp dat niet. Niemand toch zal beweren, dat het gewenscht kan blijken, dat een reus-menscheneter, dragende een reusachtig masker, ons de meest vervaarlijke dingen toesnauwt... met een zilveren, teedere meisjesstem. En ook Rigobert, de weinig moedige vader, die zich voortdurend wil ophangen, werd met valsche ruwheid door een jonge dame gespeeld. Dat hield geen oogenblik op bespottelijk te zijn. Die travestis waren hier in den vollen zin des woords spijtige mislukkingen.

Ik kan u best den algemeenen indruk dezer interessante vertooning aldus samenvatten : alles wat wij te zien kregen was werkelijk schoon, alles wat wij te hooren kregen was beslist minderwaardig. En dit is stellig niet alleen aan de vertolking te wijten.

In Duimpje laat Ghéon, volgens een methode die volstrekt niet meer nieuw is, alle interieur-tooneeltjes spelen achter een gordijn dat naar het noodig blijkt open of dicht is ; het heele voor-tooneel stelt dan het woud voor. Dat woud is slechts aangeduid door een gedeelte van één boomstam en dat is wel een beetje mager (waarom niet een gordijn met gestyleerde groene takken : het sprookje vraagt immers een zekere overdadigheid), maar de ons getoonde interieur-tafereelen, zijnde eerst de hut van den houthakker -- waarbij als eigenaardigheid mag aangestipt, dat wel de buitendeur te zien is, waarlangs iedereen binnenkomt, maar geen verdere notitie werd genomen van den muur der hut -- en dan vooral het interieur bij den reus-menscheneter, waren zeer aardig geconcipieerd en met veel goeden smaak uitgevoerd. Bij laatstgenoemd tafereel was de heele scène vervuld door twee lage breede bedden, waarboven een kleurrijke bedhemel, keurig verlicht. Op het voorplan stond de zetel van den reus, in denzelfden trant blauw-wit geschilderd achter dito tafel. Hier werd het zuiverst de bij dit stukje hoorende sprookjesstijl verwezenlijkt en het was een werkelijk culminatie-punt, waarbij het jonge volkje in de zaal vrij ongedurig werd, als Duimpje en zijn broertjes neerliggen in het eerste bed, en de zeven menschenetende prinsesjes in het tweede, en als het oolijke ventje dan opstaat en in de stilte van den nacht, wijl de reus vervaarlijk snorkt, de kroontjes der prinsessen verwisselt met de slaapmutsen van zijn broers.

Gij kent, lezer, de formidabele vergissing van den reus-menscheneter, die, bedrogen door Duimpjes's doorzicht, zijn eigen zeven dochters het hoofd afsnijdt, door welke operatie de zeven menschenetende prinsessen zich ontpoppen als allerliefste meisjes, in wier gezelschap Duimpje en zijn broers het verraderlijke kasteel ontvluchten. Dat was zeer goed uitgebeeld en al, die kinderen speelden met een bewonderenswaardige overtuiging.

Nog een andere verrassing biedt ons de auteur, wijl hij de vogelen des wouds laat optreden, ook vertolkt door heele kleine kindertjes in bepaald origineele kleedij. Het zijn deze vogelen, die Duimpje's broodkruimeltjes oppikken en dus schuld hebben aan het heele avontuur. Ze voerden een rhythmisch trippeldansje uit en veroverden een open doekje.

Het is ten slotte alleen maar de taal, die ons in dit sprookje hindert. De gesprekken zijn eentonig en niet het minst de wijsheid, die het kleine Duimpje verkondigt over de "Voorzienigheid", lijkt ons hier overbodig. Het prettige decor woog op tegen den onaangenamen dialoog en het naïeve spel der kinderen deed ons de geaffecteerde pralerigheid van de oudere vertolksters vergeten. Ten slotte heeft de bekoring van het levend geworden sprookje ons toch te pakken ; Ghéon laat ons gedurende een paar uur weer kind zijn en wij kunnen ons enthousiasme gerust voegen bij den stormachtigen bijval, dien Duimpje onder het jonge publiek veroverde, toen hij den reus zijn zeven-mijlen-laarzen aftrok om dan zelf, met reuzenstappen, zijn tocht aan te vangen ter verovering van den bruidschat der zeven vrijgemaakte prinsesjes.


Items that may be related to this text

  1. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: Philippe Lambert : "... 1925-01-20
    jonge • (date-year) 1925 • (date-month) 1925-01 • (author) Willem Putman
  2. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: H. R. Lenormand: "A ... 1925-01-24
    (date-year) 1925 • (date-month) 1925-01 • (author) Willem Putman
  3. ◼◼◻◻◻ Willem Putman: Gustave Van Zype : "... 1925-10-24
    jonge • (date-year) 1925 • (author) Willem Putman
  4. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: J. M. Barrie : "La n... 1925-01-17
    (date-year) 1925 • (date-month) 1925-01 • (author) Willem Putman
  5. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Luigi Pirandello : "... 1925-03-26
    (date-year) 1925 • (author) Willem Putman
  6. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Dietzenschmidt : "Co... 1925-03-21
    jonge • (date-year) 1925 • (author) Willem Putman
  7. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Het realistisch toon... 1938-11-30
    Duimpje • (author) Willem Putman • Henri Ghéon • sprookje
  8. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: René Benjamin : "Le... 1925
    (date-year) 1925 • (author) Willem Putman
  9. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Michel De Ghelderode... 1925-12-20
    (date-year) 1925 • Henri Ghéon • (author) Willem Putman
  10. ◼◻◻◻◻ Willem Putman: Luc Hommel : "L'amou... 1925-01-09
    jonge • (date-year) 1925 • (date-month) 1925-01 • (author) Willem Putman