Date 2005-11-02

Publication De Tijd

Performance(s) To come

Artist(s) Ingvartsen, Mette

Company / Organization

Keywords comestadskledijkeybluepakjesblauwpakbewegendesexeverschillenswingmuziek

De voorstelling voorbij

De voorstelling voorbij

To come

Klapstuk '05, Leuvenvrijdag 28 oktober

(tijd) - Nog tijdens haar dansopleiding bij PARTS maakte de Deense Mette Ingvartsen een opgemerkte entree in de danswereld met korte stukken als 'Manual Focus' (2003). Door haar onbevangen blik kan ze een tot op de draad versleten thema als het bewegende lichaam nieuw leven inblazen. Dat geldt ook voor 'To come', het werk dat ze op Klapstuk '05 presenteerde.

Geen twijfel mogelijk: 'To come' draait - de titel zegt het al - rond vleselijke lust. Dat thema wordt in drie scherp onderscheiden scènes aan de orde gesteld. In het eerste deel poseren vijf figuren in een lichtblauw, nauwsluitend pak doodstil als het publiek binnenkomt. Hun pak maakt ze niet alleen onherkenbaar, het wist ook sexeverschillen uit. Er zijn enkel scherpe lichaamscontouren.

32 minuten lang nemen die vijf poppen alle mogelijke, vaak expliciete houdingen aan. Ze simuleren niets: de bewegingen zijn geen imitaties van de geslachtsdaad, maar enkel een catalogus van elk onderling contact dat, gegeven de omstandigheden, denkbaar is. Het effect is nogal vervreemdend. Al lijkt de 'dans' sterk op het soort softporno dat onze beeldcultuur doordringt, toch wordt de kijker niet op dezelfde manier 'gelijmd': de bekende suggestieve blikken en lichaamsdetails en de hitsige muziek ontbreken. Je moet als kijker het beeld dus zelf invullen.

Daarom zijn de pakjes ook blauw: ze werken als de 'blue key' die bij film toelaat een ander beeld op de blauwe vlekken te projecteren. De pakjes nodigen de kijker als het ware uit plezier te scheppen in de mechaniek van de lichamen die hier en nu aanwezig zijn, en zich niet vast te klampen aan de vraag wat dit voorstelt (en dus niet aanwezig is).

Stadskledij

De tweede scène laat over dat 'blue key'-principe geen twijfel meer. De dansers verschijnen in gewone stadskledij, terwijl tegen de achterwand van het podium een blauw scherm wordt opgetrokken. Als een koortje dat een film dubt geven de dansers een indrukwekkend kreun- en hijgconcert. Dit is wel de klankband die in het eerste deel ontbrak, maar omdat nu het beeld mankeert, verglijdt je aandacht weer van de voorstelling naar het geluid. Het principe van het stuk wordt duidelijk: herkenning, gevolgd door vervreemding, gevolgd door een nieuw plezier in het gebeuren 'an sich'.

Het derde deel van het stuk is het subtielste: op aanstekelijke swingmuziek dansen de performers zich de ziel uit het lijf. Ze doen dat met veel bravoure, maar ook met net dat tikje rommeligheid dat de dans laat ogen als een spontaan feestje. Hier zie je de hand van de ware choreograaf: het is veel moeilijker dit soort 'naturel' artificieel te bereiken dan om het 'echt goed' te doen. Maar ook dit deel kent zijn weerhaakje: als de muziek plots wegdeemstert, even wegvalt en dan plots weer in alle kracht herneemt blijven de dansers onverstoord voortswingen. Zo komt andermaal het bewegende lichaam zelf, als een ding met zijn eigen verlokkingen, centraal te staan.

Pieter T'JONCK

Nog te zien in de Kaaitheaterstudios, Brussel op 3 en 4 november om 20.30u. Informatie: 02/201.58.58 of www.kaaitheater.be

tompt